Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gebruiken, aan den vroegeren eenvoud van het leven.

Zij kleedde zich zoo eenvoudig mogelijk, hoewel ze er niets aan doen kon dat haar voorjaarsmutsje mooi was. Zij aarzelde tusschen een hoed en een muts, maar besefte dat haar verlaten toestand een zoo vrouwelijk mogelijk uiterlijk vorderde. Wat zij ook deed, zij kon er niet anders dan gedistingeerd uit zien en het vooruitzicht op het avontuurlijke gaf haar gelaat een beetje kleur, waardoor het bekoorlijk werd. Tegen zeven uur verliet zij stilletjes haar kamer en ging geruischloos de trap af, met haar klein taschje in de hand.

„O, bij de Heilige Maagd, miss Esther, is me dat schrikken!" zeide Mary O'Reilly, die onverwachts uit de eetkamer kwam en haar aan den voet van de trap ontmoette. „Wat schort er aan?"

„Ik ga uit, Mary," zeide zij, terwijl haar hart hevig klopte.

„Nou, u ziet er niks goed uit, miss; maar het is van morgen ellendig weer voor een wandeling. Het lijkt erg guur, net alsof het weer er spijt van heeft dat het gisteren zoo mooi was."

„O, maar ik moet gaan, Mary!"

„Ha, ik begrijp het al; de Heiligen zegenen uw goed hart!" zeide Mary, het taschje ziende. „U gaat zeker met een liefdadig doel. Het heugt me hoe mijn oude meester, de vader van meneer Goldsmith, — ole besjolotn (vrede zij hem) — die in den hemel is, in weer en wind naar de Sjoel (Synagoge) placht te gaan; soms vijf uur 's morgens in den winter. En ik placht op te staan en een lekker kop koffie voor hem te zetten, vóór hij ging; maar hij wot nooit melk en suiker er in hebben, omdat dat ook eten zou zijn. De goeje oude man! De Heilige Maagd zij hem genadig!"

„Ze zij ook jou genadig, Mary!" zeide Esther. En in de opwelling van het oogenblik drukte zij haar lippen op de gerimpelde wang vol groeven van de oude vrouw, tot verbazing van de hoedster van het Judaïsme. De deugd was

Sluiten