Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Je vergeet de menschen, die daar gisteren in trokken."

„Och ja, dat is waar ook!" zeide Debby met een zucht.

„Vreemd," sprak Esther peinzend, „dat ik zelf het oude huis voor me gesloten heb."

De knokkels van den brievenbesteller of> de deur stoorden haar overdenkingen. In Royal-straat moest de arme brievenbesteller aan elke kamer apart kloppen; gelukkig kregen de bewoners weinig brieven. Debby was hoogelijk verbaasd er een te ontvangen.

„Maar hij is heelemaal niet voor mij," riep zij ten slotte uit, na het envelop langdurig te hebben bekeken; „hij is voor jou, aan mijn adres."

„Maar dat is nog vreemder," zeide Esther. „Niemand op de wereld kent mijn adres."

Het geheimzinnige van het geval werd niet verminderd door den inhoud van den brief. Deze bevatte eenvoudig een vel wit papier en toen dit werd open gevouwen rolde een halve sovereign er uit. Het postmerk was Houndsditch. Na tevergeefs te hebben gegist en het mooie adres in schrijfboekschrift lang te hebben bekeken, gaf Esther het raadsel op. Maar het herinnerde haar dat het geraden was haar uitgevers te verwittigen van haar verandering van woonplaats en hen te vragen, zoo er bijgeval brieven voor haar kwamen, die voor haar te bewaren totdat zij ze afhaalde. Zij wandelde naar hun kantoor. Het was een heldere dag, maar Esther was somber gestemd ; zij durfde nauwelijks aan haar toestand denken. Lusteloos en zonder hoop trad zij het kantoor binnen. De jongere vennoot ontving haar zeer vriendelijk.

„U is zeker voor de afrekening gekomen," zeide hij. „Ik had u die al eenige maanden geleden willen zenden, maar we hebben het zoo druk met het uitgeven van nieuwe boeken voor den komkommertijd." Hij keek in zijn boeken. „Misschien heeft u liever niet de verveling van een uitvoerige opgave. Ik heb hier alles bij elkaar — het is nogal goed gegaan met het boek — laat ik maar dadelijk een wissel voor u schrijven."

Sluiten