Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

weer heen. Op zekeren Vrijdag vertrok de heer Percy Saville, die de geheele week was overgebleven, plotseling naar Londen en den volgenden dag vertrouwde de schoone gastvrouw aan de vooruitstekende ooren van haar gemaal een verhaal toe, dat hem de vooruitstekende tanden deed knarsen en den knappen makelaar voorgoed van zijn bezoekerslijst deed schrappen. Het was slechts een onvoorzichtig woord dat de gevoelige Saville had gesproken — onder den dichterlijken invloed van de natuur om hem heen. Zijn slaapkamer kwam juist van pas voor Sidney, die op denzelfden Vrijdag onverwacht via Londen uit Noorwegen was komen opdagen. De poëtische invloed der natuur stak ook den nieuwen gast weldra aan. Zaterdag was hij uren lang zoek en hij kwam glimlachend terug, gearmd met Addie. Zondagnamiddag ging het gezelschap op de rivier varen — een schilderachtig mengelmoes van flanellen pakjes en parasols. Toen ze eenmaal aan wal waren, kwamen Sidney en Addie niet tijdig terug voor de thee, die men dronk alvorens weer in de booten te gaan. Terwijl de heer Montagu Samuels galant met suiker rondging, zaten ze ergens aan den oever, half verscholen door het gebladerte, als kinderen in het woud. Achter de wilgen ging de zon onder — een gloeiende rhapsodie van scharlaken en oranje. Het vroolijk gelach van de picnic-partij drong nog juist tot hun ooren door; voor het overige heerschte er een bijna plechtige stilte; geen vogel tjilpte, geen blad roerde zich.

„Morgen zal heel Londen het weten," zeide Sidney op melancholieken toon.

„Ik vrees het," zeide Addie met een verrukkelijk lachje.

De mooie Engelsche weiden, waarover ze haar vochtige oogen liet gaan, waren besterd met eenvoudige witte bloemen. Addie had een vaag gevoel, dat engelen zulke bloemen in het Eden hadden geplant. Sidney kon de oogen niet afhouden van zijn aardsche engelin, die passend in het wit was gekleed. De bekentenis van zijn liefde had haar bedwelmende schoonheid tot een climax gebracht. Zij bevredigde zijn

Sluiten