Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

beetje aan den toestand gewend. Ik begrijp niet dat je zoo conventioneel bent," zeide hij nog eens, toen zij zonder veel opgewektheid had toegestemd. „Je ging immers veel om met Esther — miss Ansell."

„Je kunt haar gerust Esther noemen; het kan mij niet

schelen," zeide Addie.

„Ik begrijp niet, dat Esther je niet bekeerde," ging hij peinzend voort. „Maar waarschijnlijk had je Raphaelaanje rechterhand, zooals in een of ander gebed staat. En weet je heusch niet wat er van haar geworden is?"

„Niets meer dan wat ik je schreef. Mevrouw Goldsmith kwam er achter, dat zij dat nare boek had geschreven en zond haar weg. Ik roerde zelf het onderwerp liever niet met mevrouw Goldsmith aan, omdat ik begrijp hoe onaangenaam het voor haar moet zijn. Volgens Raphael ging Esther uit eigen beweging heen, maar ik begrijp niet hoe hij dat weten kan."

„Ik zou meer hechten aan de lezing van Raphael," zeide Sidney, met iets van een knipoogje. „Maar zocht je haar

niet?" • ,

„Waar? Als ze te Londen is, dan is ze verzwolgen. Als ze ergens anders is, dan is het nog moeilijker haar uit te vinden."

„Daar is nog de ongelukken-kolom!"

„Als Esther wilde dat we wisten waar ze was, wat zou haar dan beletten ons haar adres te zenden?" vroeg Addie

met waardigheid.

„Ik zou haar gauw genoeg vinden, als ik wilde, mompelde Sidney.

„Ja, maar ik weet niet zoo zeker, of we dat wel willen. Alles wel beschouwd, kan ze toch niet zoo net zijn als ik dacht. Zeker gedroeg zij zich heel ondankbaar jegens mevrouw Goldsmith. Je ziet wat er van komt als men zulke buitensporige meeningen heeft."

„Addie, Addie!" zeide Sidney verwijtend. „Hoe kun je

zoo conventioneel zijn?"

Sluiten