Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„En u neemt het terug, als mijn operette op reis gaat. U zult niet terug krabbelen?"

„Neen."

„Geef me daar de hand op," zeide de kleine Sampson met schorre stem. Raphael gaf hem de hand en de kleine Sampson schudde die heen en weer als een stok.

„Verd . . . e! En die man noemt zich zelf een Jood!" dacht hij. En luide zei hij: „Als mijn operette op reis gaat."

Zij keerden terug naar de redactiekamer, waar zij Pinchas in woede vonden, met een telegram in de hand.

„O, die ezel!" riep hij. „Hij bederft mijn mooi slot heelemaal." Hij verfrommelde het telegram en wierp het den kleinen Sampson wrevelig toe, daarna Raphael met uitbundige vreugde en pret begroetend. De kleine Sampson las het telegram, dat als volgt luidde:

„Slot van het Hoofdartikel over Gideon. Het is nog te vroeg in dit oogenblik van droefheid om over zijn opvolger in het district te denken. Maar, hoe moeilijk het ook zijn moge hem te vervangen, er is eenige troost in de gedachte dat het niet onmogelijk zal zijn. De geest van den doorluchtigen doode zelf zou met vreugde de bijzondere geschiktheid erkennen van den man, wiens naam aanstonds op ieders lippen zal komen als die van een geloofsgenoot, wiens oprechte godsvrucht en hartelijke belangstelling in de publieke zaak hem aanwijzen als den eenigen waardigen plaatsvervanger tot vertegenwoordiging van een district, dat zoovele van onze arme Joodsche broederen telt. Is het te veel de hoop uit te spreken, dat hij zich candidaat zal stellen? — Goldsmith."

„Dat is te knap voor Henry," mompelde de kleine Sampson, die zoowat alles wist, behalve de feiten die hij het publiek moest meedeelen. „Hij telegrapheerde aan zijn vrouw en zij schreef het. Nu, in elk geval bespaart hem dat de moeite zich zelf in de hoogte te steken. Ik denk dat Goldsmith alleen de onderteekening is, en niet bedoeld als het laatste woord van de tirade. Ze moet toch nog

Sluiten