Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een beetje veranderd worden; zoo'n zin van zes regels is veel te lang. Wat treft hij het dat Leon niet meer redacteur is! Die wonderlijke snuiter zou zich nooit iets hebben laten voorschrijven en de baas zou zich nooit zoo in de kaart hebben durven laten zien."

Terwijl de tweede redacteur aldus peinsde, liet de eerste redacteur zich iets ontvallen, dat Raphael nog meer deed verbleeken dan te voren het bericht van Gideon's dood.

„Ja, en terwijl ik aan het schrijven was, keek ik op en wat zie ik, het meisje — o ze is heel mooi! Wat gaf ze het Engelsch Judaïsme er van langs in dat boek die ezels, die domkoppen! Ik zou haar er voor willen kussen, maar ik ben nooit aan haar voorgesteld. Gideon kon het er mee doen, ha, ha!" Hij giegelde van zuiver intellectueele waardeering van den scherpen aanval op Gideon.

„Welk meisje? Over wie heb je het?" vroeg Raphael,

moeilijk ademhalend.

„Wel, uw meisje," zeide Pinchas, hem vriendelijk en schalks aanziende. „Het meisje dat u hier kwam opzoeken. Zij zat te lezen. Toen ik voorbij ging, zag ik dat het over

Amerika was."

„In het Britsch Museum?" zeide Raphael. Duizend hamertjes klopten in zijn hoofd. Ezel! Hoe was het mogelijk dat hij er niet aan gedacht had, dat een schrijfster daar waarschijnlijk te vinden zou zijn!

Hij snelde het bureau uit en in een rijtuig. Zijn pijp had hij alvast uit den mond genomen. In zeven minuten was hij bij het hek, juist bijtijds, Gode zij dank, om haar tegen te komen, terwijl ze in gedachten de trap afging. Zijn hart bonsde van vreugde. Een oogenblik bestudeerde hij het peinzend gezichtje, voordat het hem gewaar werd; de treurige uitdrukking er van trof hem als een pijnlijk verwijt. Toen kwam een groot licht, als van blijde verrassing, in de donkere oogen, het bleeke uitdrukkingsvolle gelaat verheerlijkend. Maar het was slechts een straal die verdween, haar wangen nog bleeker dan te voren latend, de lippen trillend.

Sluiten