Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schappen die Raphael alleen had vermogen te raden. Zij zou nimmer meer zoo gering van zich zelf, of van de menschheid denken. Hij had haar geholpen en gesterkt voor haar verlaten toekomst; de herinnering aan hem zou haar altijd bezielen, haar doen denken aan den edelen kant der menschelijke natuur.

Al die tegenstrijdige gedachten en gevoelens vulden slechts eenige weinige seconden van haar bewustheid. Zij antwoordde hem zonder merkbare pauze, vrij luchtig:

„Heusch meneer Leon, van u verwacht ik niet zulke dingen te hooren. Waarom zouden u en ik zoo conventioneel zijn? Hoe kan uw leven een woestenij zijn, waar het Judaïsme nog moet worden gered?"

„Wie ben ik om het Judaïsme te redden? U wil ik redden," zeide hij hartstochtelijk.

„Welk een val! In 's Hemels naam houd u aan uw eerste streven."

„Neen, die twee zijn voor mij één. U vertegenwoordigt, ook eenigermate het Judaïsme voor mij. Ik kan de eene hoop niet van de andere scheiden. Ik ben uw leven gaan beschouwen als een allegorie van het Judaïsme, de spruit van een groot en tragisch verleden met de kiemen in zich van een rijken bloesem, maar door een inwendigen kanker verterend. Ik ben van de toekomst er van gaan denken, als op de eene of andere wijze met de uwe verbonden. Ik wil uw oogen zien lachen, de schaduwen van uw voorhoofd zien verdwijnen; ik wensch u het leven moedig te zien tegengaan, niet in hartstochtelijk verzet of doffe wanhoop, maar in vertrouwen en hoop en met de vreugde, die daaruit voortvloeit. Ik wil dat u vrede zoekt, niet in een wanhopige overgave van het verstand aan het geloof der jeugd, maar in dat geloof door het verstand gerechtvaardigd. En terwijl ik u wensch te helpen, en uw leven dien zonneschijn te geven, waaraan het behoefte heeft, wil ik dat u me zult helpen, mij zult inspireeren als ik weifel, mijn leven zult aanvullen, om mij gelukkiger te maken dan ik

Sluiten