Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

jeugd, en wandel in de wegen van uw hart en in het gezicht van uw oogen, maar weet dat voor dat alles de Heer u zal ter verantwoording roepen"? Maar jij, Hanna," hier begon hij haar hoofd weer te streelen, „jij bent een rechtgeaard Joodsch kind. Jij hebt niets gemeen met Levi. Zijn aanraking zou je ontwijden. Bedroef je onschuldige oogen niet met den aanblik van zijn sterven. Denk aan hem als aan iemand, die in zijn jeugd stierf. Mijn God, waarom naamt Gij hem toen niet van mij af?" Hij wendde zich af, een zucht smorend.

„Vader," zeide zij, haar hand op zijn schouder leggend, „wij zullen met u naar Stockbridge gaan — moeder en ik."

Wederom keek hij haar aan, streng en onbuigzaam.

„Houd op met vragen. Ik ga alleen."

„Neen, we zullen alle drie gaan."

„Hanna," riep hij met een stem die van smart en verbazing trilde, „geef jij ook niets om je vader?"

„Ja," riep ze en haar stem trilde niet. „Nu weet u hef. Ik ben geen rechtgeaarde Jodin. Levi en ik zijn broer en zuster. Zijn aanraking mij ontwijden, ha ha!" Zij lachte schamper.

„Je wilt dus op reis gaan, al verbied ik het je?" riep hij op scherpen toon, waarin nog verbazing klonk.

„Ja; had ik maar de reis ondernomen, die u tien jaar geleden zoudt hebben verboden!"

„Wat voor reis? Je spreekt wartaal."

„Ik spreek de waarheid. U hebt David Brandon vergeten, ik niet. Paschen tien jaren geleden was ik besloten met hem te vluchten, met hem te trouwen ten spijt van de Wet en van u."

Het reeds aschgrauw gelaat van den rebbe werd nog bleeker. Hij beefde en viel bijna achterover.

„Maar je deedt het niet!" fluisterde hij heesch.

„Ik deed het niet, ik weet niet waarom," zeide zij norsch, „anders zoudt u me niet hebben weer gezien. Misschien was het uit eerbied voor uw godsdienst, hoewel u geen

Sluiten