Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verveling van het eindeloos aanroepen der Godheid te temperen. Verder af zag men den achterkant van een klooster, met kalme, zwart gekapte gezichten voor de ramen en uit de verte kwam het prettig gegons van spellen door frissche jonge stemmen het oor verlichten van het eentonige der lange perioden van prevelend bidden.

Hier, verzonken in zoete melancholie, verdroomde Esther den langen grauwen dag, zich slechts vaag bewust van de stadiën van den dienst — de morgendienst overgaande in den namiddagdienst, de namiddag in den avond; van de vrouwen met breede kaken achter haar, die in jiddisj den dienst opdreunden voor een vrome coterie; van het knielen op den grond en de hartstochtelijke preeken; van de eindelooze gedichten op rijm en de acrostichons met hun terugkeerende refreinen in vrome razernij uitgeschreeuwd, de eene stem zich in naijver boven de andere verheffend met bijzondere phrases staccato ten hemel geslingerd; van het jammerend belijden van zonden, vergezeld van snikken en tranen, van gehuil en gegrijns, van het ballen van vuisten en slaan op de borst. Zij werd gewiegd in een grooten oceaan van geluid, die op haar bewustzijn brak als de golven op een kust, nu eens met een zacht gemompel, dan weer met een majestueus gekraak, gevolgd door een langzaam afnemend klagen. Zij vergat zich zelf in het geloei, terwijl de looden hemel donkerder werd, de schemering voortkroop, en het geduchte uur nader kwam waarop God zou bezegelen wat Hij had geschreven en de jaarlijksche rollen van het lot zouden worden gesloten, onveranderlijk voor altijd. Door het zolderraam zag zij de mystisch opdagende, zich heen en weer bewegende gestalten beneden, in hun grafkleeren, spookachtig naar voren en naar achteren geslingerd, als door een sterken wind gebogen.

Plotseling daalde een groote stilte neer; zelfs van buiten kwam geen geluid het vreeselijk zwijgen verstoren. Het was alsof de geheele schepping pauzeerde, om een beteekenisvol woord te hooren.

Sluiten