Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de onbewust schuifelende zonen van het Ghetto met iets van tragische grootheid te omkleeden. De grauwe schemering trilde van drijvende gestalten van profeten en martelaren, geleerden, wijzen en dichters, vol verlangende liefde en medelijden, handen tot zegening opheffend. Door welke groote wegen en zonderlinge zijpaden der geschiedenis waren zij daarheen getogen, die dwalende Joden, „gedrenkt met minachting", die schrandere vurige dwepers, die zinnelijke asceten, die menschelijke paradoxen, zich aan elke omgeving aanpassend, zich op elk veld van werkzaamheid werend, alomtegenwoordig als een of andere groote natuurlijke kracht, onverwoestelijk en bijna onveranderlijk, met het ongeneeslijk optimisme, dat al hun poëtische treurigheid overtoog, Babyion en Carthago, Griekenland en Rome overlevend, onvrijwillig de Kruistochten subsidieerend, langer levend dan de Inquisitie, spottend met alle verlokkingen, onwrikbaar te midden van vervolgingen — te gelijk het grootst en geringst van alle rassen? Had de Jood het zoover gebracht alleen om ten slotte te bezwijken, verzinkend in moerassen van modernen twijfel, en onweerstaanbaar Christen en Mohammedaan met zich omlaag sleurend; of was hij nog bestemd langer dan beiden te duren, als voortdurend getuigenis van een hand, die op onbegrijpelijke wijze het leven der menschheid kneedde? Zou Israël zich ontwikkelen tot den heiligen phalanx, de edeler broederschap, waarvan Raphael Leon had gedroomd, of, zou het geslacht dat het eerst had verkondigd — door Mozes voor de oude, door Spinoza voor de nieuwe wereld —

„Een God, éen Wet, éen Element"

worden, zooals de Russische idealist het zich ruimer en wilder voorstelde, de hoofdfactor in

„Een ver-verwijderde goddelijke gebeurtenis — waartoe de geheele Schepping nadert."

De storm zakte tot een plechtige stilte, als in antwoord op haar vragen. Toen weerklonk de ramshoren — een

Sluiten