Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

II.

HOZEA.

(Omstreeks 740 vóór Chr.)

Een man had een vrouw lief toet al de liefde zijnei ziel, met een liefde gansch van zelfzucht gereinigd. Hij had haar lief niet vooral om zijns zelfs wil, omdat hij behagen in haar vond en door haar zijn huis gezelliger wilde maken voor zichzelf; hij had haar lief om harentwille, om haar gelukkig te maken. Zoo had deze man die vrouw lief. En hij ging heen en betaalde den bruidschat voor haar en voerde haar in zijn woning en omringde haar dagelijks met al de bewijzen van zijn hartelijke genegenheid; niets was hem te veel om haar geluk te verzekeren. In het vergeten van zichzelf, in het opofferen van zichzelf, van eigen gemak en lust, voor de aangebedene zijns harten vond deze man zijn vreugde, zijn leven.

Dat duurde eenige weken, eenige maanden misschien, toen .. . begon een martelende argwaan zijne

Sluiten