Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vogels in Juda's bergengten en spelonken den dood, en erger dan de dood ontvluchten. De Filistijnsche stad Gaza werd er door koning Sargon afgestraft voor hare oproerigheid. Maar Egypte trok op ter hulpe, Egypte zou den geweldige tot staan brengen, tot omkeer dwingen; ach! Egypte werd zelf geslagen, moest ijlings zich bergen binnen eigen landpalen, al te blijde dat de overwinnaar het daar nog niet durfde volgen. (Slag bij Rafia 720 v. Chr.).

Zoo moordden en brandden en plunderden de Assyrische legerscharen rondom het rijk van Juda, zelf bleef het nog gespaard. Het schijnt, dat Achaz, straks

zijn zoon en opvolger Hizkia in diens eerste jaren zich wachtten voor afvalligheid en zoo hun volk een nog betrekkelijk rustig en veilig bestaan waarborgden. Maar voor den ernst des tijds kon ook te Jeruzalem niemand blind zijn: aan den horizon rommelde de donder en flikkerde het weerlicht, met vuurroode letteren stond het telkens aan den nachtelijken hemel geschreven in wat ernstige dagen men leefde.

En nu keeren wij terug tot onzen profeet Jezaja.

Heeft hij in deze tijden waarin alles onderst boven schijnt te gaan, werkelijk een houvast aan zijne groote levensgedachte'? Is het beginsel waarvoor wij hem reeds zagen opkomen — de eere zijns Gods hem ook nu nog steun en gids? Wijst het woord Gods dat hem in het hart werd gelegd, hem nu den weg in

Sluiten