Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gestanen angst? Berouw en bekeering? Ei ziet, hoe zij op de daken klimmen, joelend en dartelend, hoe de dolzinnigste uitgelatenheid het uitschatert; het is vreugde en vroolijkheid, runderen dooden, schapen slachten, vleesch eten, wijn drinken: „Laat ons eten en drinken, want morgen sterven wij!" (22 : 1—14).

Te mijnen aanhooren heeft Jehova der heirscharen zich geopenbaard: deze uwe schuld wordt niet verzoend voordat gij sterft. Zoo luidt het bittere woord van onzen profeet op dien dag. Wij begrijpen het. In zulk een stad, tot zulk een volk dat van den ernst der tijden niets, volstrekt niets leert, kan het profetische woord niet anders wezen dan oordeel en altijd weer oordeel. Hard, streng predikt Jezaja dat oordeel onder allerlei beeld: een knetterende hagel (28: 17), een vreeselijke overstrooming (8:7, 8), het instorten van een overhangenden muur of stukslaan van een aarden kruik (30 :13, 14), een leeuw die zijn prooi grijpt en niet loslaat (31:4), hard, streng, vreeselijk is altijd de toon, het woord waarmee hij het teekent.

Kon het anders? Welk een tegenstelling! Hij die het lied der serafs eenmaal hoorde, tegenover die dronkemansliederen! Hij wien de Allerhoogste in zijne majesteit immer tegenwoordig is, tegenover die loszinnigen die het spotten maar niet kunnen verleeren! O, het wondde hem in het diepst zijns harten, het sneed hem vlijmend door de ziel, dat zijn God nog altijd werd onteerd. Voor de eer zijns Gods komt

Sluiten