Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vroeger: het had wel vaak hulp beloofd maar even vaak de belofte gebroken, of zoo het al ten strijde trok, bleek het toch machteloos. Dat liet onze profeet de burgers van Jeruzalem zoo duidelijk gevoelen in het jaar 711 v. Chr., toen Asdod belegerd werd door den generaal van den Assyrischen koning Sargon. Drie jaren lang liep hij toen naakt, d. w. z. met niets dan het onderkleed aan, en barrevoets als een krijgsgevangene en uitgeplunderde, door de straten. En wie hem vroeg naar de reden van deze zonderlinge kleedij, kreeg ten antwoord: Zoo zullen straks de Egyptenaars loopen op wie gij vertrouwt; zoo, naakt en barrevoets, gaan zij naar Assur in ballingschap, zij die u zouden moeten helpen (hoofdst. 20). En werkelijk, hoe trouweloos, waardeloos de belofte van den Farao was, bleek toen wel. Jamau, de afvallige koning van Asdod, was bij de nadering van het Assyrische leger naar Egypte gevlucht; maar Farao, in plaats van hem te beschermen, leverde hem, in ketenen geklonken, aan Sargon uit.

Was men in Kanaan wijs geworden? Ach neen, een jaar of wat later zijn weer aller oogen hoopvol naar het Zuiden gericht, droomt men van niets anders dan van een verbond met het rijk aan den Nijl. En ook de staatslieden in Juda laten zich overhalen tot deelneming. liet is ook al te verleidelijk mee te doen, mee te tellen in de wereldpolitiek, misschien wel Jeruzalem beschouwd te zien als het hoofd van het bondgenootschap, waar uit Fenicië en Filistea, uit

Sluiten