Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

raad zou overwinnen. Jezaja kon nog niet nl het zichtbare aldus laten afbreken, wel veel, wel bijna alles, maar het allerlaatste, Jeruzalem zelf, nog niet. Deze zichtbare, aardsche stad was voor hem één met het geestelijke, eeuwige koninkrijk van God.

Om het met een voorbeeld uit onze dagen ons nader te brengen, Jezaja en Jeremia staan in dit opzicht eenigszins tot elkander, als de Roomsch-Katholiek en de Protestant. Voor den eerste vallen kerk en godsrijk samen: ging te eeniger tijd de Roomsche kerk in hare uiterlijke verschijning met haren paus aan het hoofd te niet, hij zou moeten gelooven, dat ook Gods koninkrijk vernietigd, zijn heilsplan verijdeld was. De Protestant echter zou kunnen aanzien, dat de zichtbare kerken, onze Ned. Herv. Kerk of welke andere ook, ophielden te bestaan en toch vasthouden aan zijne overtuiging, dat het „vast gebouw van 's Heeren gunstbewijzen, naar zijn gemaakt bestek, in eeuwigheid zal rijzen." Voor hem, evenals voor onzen Heer Jezus Chiïstus en ook reeds voor een Jeremia, is dat laatste onafhankelijk van alle zichtbare, tijdelijke vormen.

Jezaja staat in dit opzicht verder van ons af. Maar vergeten wij daarom niet de heerlijkheid, de kracht van zijn geloof ons toe te eigenen! De vorm waarin hij zijn geloof uitdrukte, nl. dat Jeruzalem door den vijand niet zou vernietigd worden, — die vorm was slechts voor dien tijd, die vorm kon later, wanneer

Sluiten