Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zooals wij haast altoos met een zeker welgevallen lezen, dat ook een Elia zijne oogenblikken van moedeloosheid kende. Zij komen daardoor nader tot ons, deze helden Gods; zij waren toch menschen als onzer een.

Ik bedoel natuurlijk met deze opmerkingen niet den profeet te bedillen, ik bedoel slechts hem te teekenen in zijn eigenaardig karakter naast anderen. Want dit is het schoone der H. Schrift: er is geen eenvormigheid in de mannen die God riep tot zijn dienst, door wier mond Hij tot ons spreekt. De verlichting van den Geest Gods die hen tot organen der goddelijke openbaring wijdde, vernietigt de menschelijke persoonlijkheid niet. Het Woord Gods, hun gegeven, gaat niet door hen heen als het water door een sluis, maar als het licht door het gekleurde glas hetwelk aan het witte licht zijn eigen tint leent. Het Woord Gods groeit bij deze mannen als samen met hun eigen innerlijkst wezen, en elk van hen drukt er den stempel van zijn eigen karakter in, waar hij het verkondigt onder de menschen.

Zoo zijn ook Jezaja's persoon en woord onafscheidelijk verbonden, zij toonen beide ééne type, brengen ééne prediking. En welke ? Wij weten het: het getuigenis voor de eere Gods! De eisch, dat God voor ons zal zijn niet slechts een verheven woord of vrome gedachte, maar de Heilige, de waarachtig levende, wien wij de eer zullen geven welke Hem toekomt,

Sluiten