Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in den dood. 't Is niet, dat deze profeet zijn land niet liefheeft — hij lijdt zelf het eerst onder zijn schrikkelijk woord (1:8 v.v.) — 't is niet, dat hij het geloof mist — wij zien dadelijk het tegendeel — 't is omdat hij ernst maakt met de heiligheid Gods, dat hij spreekt als hij doet. Jehova kan geen vrede hebben met een volk, dat kwaad liefheeft en kwaad doet. Geen godsdienst zonder gehoorzaamheid aan Gods wet. Voor Micha is de dienst van God eenvoudig genoeg; allerlei vragen waarmee het volk in zijn dagen zich wel druk maakte: wat voor offers het geven zou om Gode te behagen en dergelijke, — deze vragen hebben voor hem weinig waarde. Het is in zijn oog zoo eenvoudig: wat eischt de Heer van u dan recht te doen en vroomheid lief te hebben en ootmoediglijk te wandelen met uwen God ? (G: 6—8). In weinig woorden: gerechtigheid, liefde, ootmoed, weet hij te zeggen, welke de rechte dienst Gods is, maar met dat weinige maakt hij onomkoopbaren ernst. Waar deze niet zijn, daar kan Gods gunst niet wonen, zonder deze is zelfs Jeruzalem ten doode opgeschreven. Zoo geeft onze profeet al het uiterlijke prijs, tot de laatste sterkte toe, — maar blijft er dan nog wel iets over? Wat nog hopen waar alles verloren is?

Ieder die het boek van Micha leest, moet getroffen worden door den snellen overgang van het derde op

Sluiten