Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

want ik heb tegen Hem gezondigd" (7:9). Dan is het genoeg. Dan heeft Gods toom zijn doel en daarmee zijn einde bereikt, en zie, nu treedt de goedertierenheid naar voren met macht, onbepaald en onbeperkt, de schuld vertredend, de zonden werpend in de diepten der zee.

Wie is God als Gij, die de schuld vergeeft ? Daarmede eindigt het boek van den profeet, die zoo onverbiddelijk ernstig begon met het goddelijke oordeel over de zonde aan te kondigen. Geen genade, niet de allerminste, voor den trotsche die zijne zonden vasthoudt; doch alle genade, niets dan genade voor den ootmoedige, die, Gods recht erkennende, innerlijk met alle zonde gebroken heeft.

Wie is God als Gij, die de schuld vergeeft?

Dat blijve vertroostend naklinken in het hart van een iegelijk, die, onder Micha's strenge woorden zich buigend, deemoedig Gods toorn heeft leeren dragen.

Sluiten