Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De dag des Heeren een «lag der duisternis en der donkerheid! Maar de profeten laten ons nooit in de duisternis. Hun oog boort door den nacht heen, en zie! een nieuwe dag. Zoo ook bij Zefanja. Het is in zijne profetie als in Psalm XXIX: het onweer trekt over de velden, de donder ratelt, de bliksem slaat in, alles siddert, maar dan, wanneer al dit rumoer zwijgt, hoor! in zijnen tempel roept een iegelijk: Eere! Zoo laat de profeet, na ons door de verschrikkingen van den oordeelsdag te hebben heengeleid, ten slotte ons staan bij den optocht der volken — eeu blijde bruiloftsstoet na den doodenmarsch! — die met gereinigde lippen waarvan de namen der afgoden verdwenen zijn, Eere! gaan roepen voor Jehova! En zie, in hun midden is ook Israël, door het oordeel gelouterd en gedeemoedigd, arm en ellendig in zichzeli, en tocli blijde en rijk, daar het nu vertrouwt op zijn God, op den Heer alleen!

Dat is het doel, dat het einde der wegen Gods! Grootsche verwachting, wel waardig om er de benauwdheden van „den Dag des Heeren" voor te verdragen!

Zoo leert Zefanja ons de muziek der geschiedenis verstaan. Heeft hij goed gehoord? Wat zou het, of niet aanstonds op zijne prediking het oordeel door de Scytben is gekomen? Is het niet gekomen een weinig later door de Chaldeën ? Is het niet gekomen tienmaal, honderdmaal in den loop der eeuwen ? Het oordeel over alles waarover de profeet het uitsprak!

Sluiten