Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

laten maar eenmaal hun lot wenden zal. Juist in deze donkere dagen, wanneer alle die anderen welke vroeger zoo sterk van vertrouwen schenen, zich het geloof voelen ontzinken, is het voor hem de tijd otn van geloof, van verwachting van groote dingen te getuigen. Dat is dezelfde man dien men wel heeft belasterd: gij durft zeker niet op God te bouwen!

Ja nog meer, hij durft nog hoogere verwachting te koesteren dan van een Israël dat eenmaal weer in zijn eigen vaderland akkers koopen en bebouwen zal. Dezelfde man die zoo door en door ontevreden was over den godsdienstig-zedelijken toestand zijner eigene dagen, die soms geen enkelen vrome, geen enkelen rechtvaardige wist te vinden in gansch Jeruzalem, hij durft te voorspellen een tijd, dat zij allen, kleinen en grooten, den Heer zullen kennen. Hoe droevig het nu gesteld zij met het volk Gods, hij wanhoopt niet aan de toekomst van het koninkrijk Gods, hij heeft geloof in de almacht van zijnen God, niet alleen om Israël te herzamelen uit de verstrooiing, maar bovenal om Israël te bekeeren, geloot in de werking van den Geest des Heeren die de zonde zelve zal overwinnen, die den kinderen Israëls zal geven „eenerlei hart en „eenerlei weg om den Heer te vreezen alle de dagen," hun „de wet zal geven in hun binnenste en die schrijven in hun hart" (zie cpp. 30—33). Wederom — was dit geen geloof, geen alles overwinnend vertrouwen ?

Sluiten