Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De zaak ligt eigenlijk zóó, dat in het O. V. alle waarheid nog in de windselen van het patriottisme, hetnationaalgevoelisinge wikkel d. Jehova is Israëls God, en Israël is het volk van Jehova, en daarom is Israëls zaak zijne zaak, Israëls wraak zijne wraak, Israëls heerschappij zijne heerschappij.

Het Koninkrijk zal des Heeren zijn, luidt het laatste woord van Obadja. Woord van eindeloozen horizont, van eeuwig vooruitzicht, alle grenzen van tijd en plaats overspringend! Woord dat ons gemoed rust kan geven, daar het ons verheft boven al het grillige en willekeurige, al het beperkte van de wereld dezes tijds! Maar als we nu vragen, hoe onze profeet zich deze heerschappij van Jehova gerealiseerd denkt, dan treft ons toch altijd weer het beperkte, het bekrompene van zijne verwachting. Jehova zal Koning zijn hoe en wanneer? Waneer de bewoners van Juda hunne heerschappij uitbreiden over de omwonende volken, over Filistijnen en Kanaanieten en over de Edomieten vooral: welk een onevenredigheid toch tusschen inhoud en vorm, tusschen doel en middel van de hoop van onzen profeet!

En zoo vergeet hij toch eigenlijk ook te vragen, of Juda dan weer niet hetzelfde zal doen, wat nu aan Edom wordt verweten; of het geweld, nu door Edom gepleegd, zooveel erger is dan het geweld, straks in de toekomst door Jehova's volk te bedrijven,

Sluiten