Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

die waarde gaf aan 't leven, — wat offer dat dagelijks door hem gebracht moet worden, wat leegte en gemis eiken morgen en avond, en dan nog zonder eenige bate voor hem of de zijnen! Ginds woedt nog de strijd tegen het land zijner liefde: al de zijnen, vrouw en kind wellicht, verwant en vriend, omringt elk uur het gevaar; hij weet het, hij hoort het, zijne verbeelding ziet het van verre, doch moet het zien werkeloos-, 'tis hem niet gegund iets te doen, iets, zelfs het allerminste, te zijn voor hen, voor wie hij alles zou willen zijn.

Denkt u aldus het lijden, het zielslijden in van ballingschap, dan kunt gij u voorstellen, wat er omging in het hart dier weggevoerden, in wier midden het begin van Ezechiëls boek ons verplaatst. Wij zijn in het jaar 592 vóór Christus' geboorte. Het is nu reeds vijf jaar geleden, dat zij uit Jeruzalem gevankelijk werden weggeleid, ver van het vaderland weg, heel naar Babel toe. Koning Jojakim had het gewaagd afvallig te worden van Nebukadrezar, den machtigen vorst van het Babylonische rijk, den beheerscher der wereld. Onzinnig ondernemen! Hoe kort duurde de vreugde, eer de Babylonische troepen de oproerige stad met haar dwazen koning hadden ingesloten ! En Jojachin, wijzer dan zijn vader wien hij intusschen als koning was opgevolgd, had begrepen, dat het eenige middel om een volkomen vernietiging

Sluiten