Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van hoop doorheen schemerde, integendeel, die nog hoe langer hoe donkerder, dreigender aanzien kregen : hoe erg het reeds was, het ergste moest nog komen! Jeremia mocht in zijn zinnebeeldige taal aan alle volken en vorsten rondom den beker van Gods toorn te drinken geven (Jerem. 25 : 15), — Ezechiël is de profeet geweest, die zelf heeft moeten meedrinken uit den toornbeker, hij de trouwe dienaar van zijn God tezamen met de goddeloozen, en die met eigen lippen heeft gesmaakt, hoe bitter die drank was. In dit opzicht draagt ook hij reeds het beeld van den volmaakten profeet die komen zou; is onze profeet een voorbeeld van den Christus, die eens zou lijden voor de zonden, hij rechtvaardig voor de onrechtvaardigen.

Mij dunkt, dit te hooren neemt ons voor hem in, wekt onze hartelijke sympathie voor hem, hoe vreemd, hoe weinig aantrekkelijk hij ons soms moge toeschijnen. En nu hebben wij ook den sleutel tot zijne prediking in de hand gekregen, den sleutel tot zijn gemoed, dat wij kunnen meevoelen, meebegrijpen, wat hij heeft gevoeld en gekend.

Allereerst, wat hij heeft gekend, wat hij heeftervaren van God, wordt ons nu duidelijk. Wie is God voor dezen -profeet? Ik zeide zoo pas: zijne ballingschap was hem op de ziel gevallen, loodzwaar, verpletterend haast, als een openbaring van Jehova's vreeselijke heiligheid. Vreeselijke heiligheid, dat woord

Sluiten