Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

deze zijne eigenaardigheid nog scherper te laten voelen, en tegelijk u te overtuigen van de waarheid van hetgeen ik in het begin zeide, dat er n.1. groot onderscheid is tusschen profeet en profeet, onderscheid ook in de wijze waarop zij, elk naar zijnen aard, de heerlijkheid Gods hebben aanschouwd, — mag ik, zoo vraag ik, naast dit tafereel, door Ezechiël gepenseeld, een ander leggen, gelijk in onderwerp en strekking?

Ik denk aan wat Jezaja ons van zijne roeping meedeelt. (Jez. 6). „In den jare toen de koning Uzzia ..stierf, zag ik den Heere zittende op een hoogen en ..verheven troon, en zijne zoomen vervullende den ,.tempel. De serafs stonden voor hem: een iegelijk had „zes vleugelen: met twee bedekte hij zijn aangezicht, „en met twee bedekte hij zijne voeten en met twee „vloog hij. En de een riep tot den ander en zeide:

„Heilig, heilig, heilig is de Heere der heirscharen, „de gansche aarde is van zijne heerlijkheid vol! De „posten der dorpels trilden van dat geroep en het huis „werd gevuld met rook. Toen zeide ik: wee mij, ik „verga, dewijl ik een man van onreine lippen ben, en „woon in 't midden eens volks dat onrein van lippen is, „want mijne oogen hebben den Koning, den Heer der „heirscharen gezien."

Zoo schouwde Jezaja de heiligheid van Jehova. Gij voelt het verschil met Ezechiël, het verschil reeds tusschen den een en den ander als stilist, als dichter-

Sluiten