Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

om den beker uit des Vaders hand aan te nemen; wie iets verstaat van de klacht aan het kruis, mijn God, mijn God, waarom hebt gij mij verlaten? — wie iets beseft van den ernst van dit woord, dat de Christus, hoewel hij de Zoon was, nochtans gehoorzaamheid heeft geleerd uit hetgeen hij heeft geleden, — wie, zeg ik, aldus iets heeft gezien van den strijd van Jezus zeiven, hij zal zich wachten er onzen profeet een verwijt van te maken, dat zijne taak hem niet lichter gevallen is, Slechts oppervlakkigheid die nog nimmer een blik sloeg in de diepte van den eisch en het recht Gods, kan meenen, dat wij allen wel ten allen tijde Jezaja s kunnen zijn.

En laat ons ook nooit vergeten het verschil in tijd en lot tusschen deze beide profeten. De heiligheid van Jehova hief een Jezaja op, gaf hem een gevoel alles te kunnen: hij beleefde ook de vernedering van Sanherib onder de slaande hand van den Engel des Heeren (2 Kon. 19: 35); een Ezechiël wierp zij neer, verplet, verstomd; zij hield hem, als schuw gemaakt, up een afstand. Geen wonder toch! Hij ondervond zelf, dagelijks in vreemd, onrein land, waar hij met de ballingen wegkwijnde, de gal uit den toornbeker van Jehova's hand proevende, den vreesehjken ernst van die goddelijke heiligheid: is 'tniet te verstaan, dat deze indruk nooit meer uit zijne ziel kon weggewischt worden? Hij kon geen oogenblik vergeten den

Sluiten