Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

o zoo gering! — hij er boven het gewone volk genieten mag. Het spreekt van zelf, dat uit den tempel der toekomst elke vreemdeling geweerd wordt; ja zelfs de Levieten, die zich hebben schuldig gemaakt aan den dienst op de hoogten, worden niet de eer waardig gekeurd om het ofter op 's Heeren altaar te leggen: dat mogen slechts de zonen van Sadok doen; voor die Levieten blijft alleen het lagere tempelwerk. En wanneer de priester, na het altaar bediend te hebben, zal uitgaan naar het voorhof onder het volk, moet hij eerst van kleeding verwisselen: met de kleederen waarmee hij voor God heeft gestaan, zal hij zich niet mengen onder het gewoel der menigte. Wisch de grens niet uit tusschen het heilige en het gemeene!

Ik treed nu niet in verdere bijzonderheden van het ideaal 't welk Ezechiël voor den geest stond; wat ik aanhaalde, bewijst voldoende wat ik zeide: het is zijn streven om het heilige heilig te houden en daartoe wil hij het zóó begrenzen, zóó regelen, dat er voor vermenging, bezoedeling, zelfs voor aanraking met het onheilige, ja met het alledaagsche, wereldsche geen gevaar meer bestaat. Hij wil de vormen scheppen, waarin alleen het goddelijke onder de menschen kan optreden en zijn karakter ongerept bewaren.

Hierin openbaart zich de priesterlijke aard van onzen profeet. Van afkomst was hij priester, en naar

Sluiten