Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Troost, troost mijn volk, zegt uw God!

Dat is de eerste toon dien wij uit den mond van onzen „Evangelist" hooren. Een groot onderscheid met de vorige profeten! Daar aanstonds ernstige, strenge boeteprediking, hier dadelijk een hartelijke, vriendelijke boodschap van vertroosting! Daar bestraffing die dikwijls geen genade schijnt te kennen, hier mededoogen en teerheid! Daar dreigende wolken, waardoor slechts nu en dan de zon doorbreekt, hier de volle zon, al haar licht en al haar warmte uitstroomend over een verlangende aarde, alle nevelen oplossend in haar gloed!

Troost, troost mijn volk!

O, wel had Israël behoefte aan zulk een woord van opbeuring en bemoediging. Het had nu al zoo lang in den vreemde verkeerd en gezucht onder vreemde heerschappij. Bijkans een halve eeuw had nu de ballingschap geduurd. Een halve eeuw sedert Jeruzalem was bezweken voor de overmacht van Nebukadrezar! Een halve eeuw dat de tempel was verbrand, dat er geen offer meer was gebracht, dat men had bloot gestaan aan bespotting en verguizing, aan druk en ellende! Een halve eeuw! Zeker, de jaren gaansnel, maar voor wie wachten moet, duren ze eindeloos lang, voor wie lijdt en hoopt op verlossing, rekt een halve eeuw zich schier tot een eeuwigheid. O, het lijden van de ballingen Israëls daar aan de rivieren van

Sluiten