Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Waar is dan het teeken van de komst des Heeren ?

Zie, de profeet heeft rondgezien op het tooneel der groote wereld en in wat daar gebeurt de bedoeling des Eeuwigen herkend. Hij verstaat de teekenen des tijds. Het is weer als bij Amos: „De Heer Jehova doet niets dan nadat hij zijn voornemen aan zijne dienaren de profeten geopenbaard heeft. Als een leeuw brult, wie zou dan niet vreezen ? Als de Heer Jehova spreekt, wie zou dan niet profeteeren ?" (Amos 3:7, 8). Er komt beroering in de volkerenwereld, er zit onweer in de lucht, reeds gromt de donder in de verte. Met schrik ziet menigeen het onweer naderen, en toch is het bode van heil, het zal den lang begeerden regen brengen.

Zoo denkt onze profeet, en hij vreest niet bij wat de tijd hem te aanschouwen geeft. Oude toestanden beginnen te wankelen, tronen dreigen onderstboven gekeerd te worden, er gaan oorlogen en geruchten van oorlogen over de aarde. Yele mensclien roepen wee en ach, ook de ballingen Israëls in Babel vreezen wel: wat nu, als bij al hun ellende zich nog voegt de ellende van den oorlog? als de rampen van een door vijanden overheerd land, verwoesting en plundering, nog over hun armzalig overschot zullen henen varen ? Doch de profeet is niet bang voor de komende dagen en de beroering die zij brengen zullen.

Dat is de profetie onder Israël nooit geweest. Integendeel, wij kunnen zeggen, dat zij leeft van de

Sluiten