Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

medeballingen vervult met angst en verslagenheid. En in het licht dier groote, hooge godsgedachten ziet hij den weg die heenloopt door al die verwarring en worsteling, den weg Gods die eindigt, niet in dood en vernietiging, neen, die eindigt in heil voor Israël, in verlossing, in een nieuwe toekomst. Ziet Israël dat niet, hoe God komt om hun heil te bewerken? Ziet het niet zijn grootsch en heerlijk werk, 't welk zich voor het oog der wereld ontplooit?

En als dan de ballingen het doffe oog tot hem opheffen: waar dan toch, o profeet? waar is de Heer? — dan wijst hij hen op dienzelfden Cyrus: hij is het die het werk van Jehova doen zal. Hij zal van Jeruzalem zeggen: het worde herbouwd, en van den tempel: hij worde gegrondvest! (44:28) Hij zal al Jehova's welbehagen volvoeren! Want die Cyrus, die heidensche koning, die Israëls God niet kent, is toch Zijn dienaar, ja zijn vriend: wie heeft hem verwekt, wie hem geroepen, den geweldigen veroveraar? „Ben ik het niet, de Heer?

Ja, het is Jehova zelf, die hem heeft gezalfd en zijne rechterhand heeft gevat, die hem al zijne overwinningen geschonken heeft:

Ik zelf zal voor u uitgaan en de hoogten effenen, koperen deuren breken en ijzeren grendels stuk slaan; ik zal u weggesloten schatten geven, diep verborgen kostbaarheden voor u openleggen; opdat gij moogt weten dat ik, Jehova, het ben,

Sluiten