Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Salomo, tot wien de rijkdommen der wereld toestroomen, maar als de knecht van Jehova, nederig en deemoedig, geduldig lijdend en zóó de wereld bekeerend en overwinnend; heerschend niet door uitwendigen glans alleen maar door innerlijke, zedelijke macht; de menschen verbazend niet door zijn rijkdom, maar door zijn martelaarschap.

"Wij zouden onzen profeet slechts ten halve kennen, indien we ook niet zijn wondere prediking over dien knecht des Heeren in het oog vatten. Wij vinden haar in cp. 42 :1-7; 49 :1-41; 50 :4-11; 52 :13 —53:12. üm deze uitspraken vooral verdient onze prediker „Evangelist" te heeten. Hier nadert de profetie van het Oude Verbond het dichtst tot het evangelie van het Nieuwe. Hier is haar een gedachte geopenbaard, een licht haar opgegaan, zooals nooit te voren. Hier heeft zij alles gezegd wat zij omtrent den heilsraad des Eeuwigen kon openbaren: nu wachtte het slechts op de vervulling.

Wie is die knecht van Jehova? Ik vraag nu niet, wien wij in deze gestalte aanstonds herkennen en mogen herkennen. Ik vraag wien de profeet zelf zich onder dezen naam heeft gedacht. En dan zegt hij zelf op vele plaatsen, dat hij met deze benaming het volk Israël bedoelt. (41 : 8, 44 : 1, 45 : 4, 49:3 enz.). En waarom noemt hij het zoo? Omdat het door Jehova is uitverkoren (41 : 8, 45:4), omdat Hij

Sluiten