Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en voor den trotschen heer van het uitgestrekte wereldrijk was het onaanzienlijke Juda niet meer dan een van die schier tallooze landjes en staatjes, die hem naar de oogen hadden te zien. Wat was er geworden van die schitterende voorspellingen, welke het de eereplaats hadden toegezegd in 't midden der natiën. Wij verstaan, dat een dolle, matte stemming de bewoners van het nog half woest liggende Jeruzalem verlamde, zoodat alle energie ontbrak om het gevoel van vernedering van zich at te schudden.

En bij die blijvende afhankelijkheid van vreemde dwinglandij voegde zich nieuwe ellende. Alsof alles moest tegenloopen, mislukte jaar op jaar de oogst. De regen viel niet op tijd, het gezaaide verdorde; wat nog groende, werd door hagel vernield; geen koren vulde de schuren; wijnstok noch vijg, gi >maat noch olijf droegen vrucht (2:20). Alles ging verkeerd, stelde teleur: een algemeene malaise! Er rustte geen zegen op eenig ding (1:6, 9). Zoo nestelde zich neerslachtigheid in elk gemoed en doofde alle bezieling. Ieder zorgde slechts voor zichzelven en zijn eigen belang, hoe zou men zich nog warm maken voor eenig algemeen belang (1 :9)? Elk was blijde, indien hij een karig stuk dagelijks brood wist machtig te worden; — wie behield hart en tijd voor eenige gedachte, eenigen arbeid die daarmee in geen verband scheen te staan? Zelfzuchtige berekeningen, gelijkvloersche overleggingen, bezorgdheid enkel om-

Sluiten