Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tot hun arbeid en ook wel sommigen aldus heeft geroepen, maar zou het bij Zacharia niet op deze wijze zijn gegaan, dat wat reeds lang als een woord van Jehova, als een drijving van Gods geest, in zijn binnenste had gegist, tot klaarheid kwam door hetgeen hij van Haggaï hoorde? Daardoor erkende hij: ja, dit is het, dit gebiedt de Almachtige ook mij. Toen werd zijn oog verhelderd en hij zag, duidelijk nu, den weg dien de vinger Gods hem wees; zijn oor werd gegeopend en hij hoorde, goed verstaanbaar nu: alzóó zegt de Heer der heirscharen.

Dit is het sclioone in de gemeenschap der heiligen, in de vriendschap der kinderen Gods. De een leidt den ander tot den Heer: Andreas zijn broeder Petrus, Philippus zijn vriend Nathanaël; Ananias opent Saulus de oogen. Zoo zou het, naar het getuigenis van onzen profeet, in de toekomst zijn: tien mannen uit allerlei heidensche talen zullen de slip van een Joodschen man grijpen en vasthouden, met de woorden: wij willen met u gaan, want wij hebben gehoord dat God met u is! (8 : 23.)

Naast Haggaï trad alzoo Zacharia als profeet op. Eerst nog, zoo lijkt het wel, wat schuchter, aarzelend, onzelfstandig, zich vergenoegende met een beroep op de oudere profeten (1 : 4—6), spoedig, na drie maanden reeds, (1 : 7) moediger, onafhankelijker, met een eigen woord Gods. Reeds de vorm, waarin

Sluiten