Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hen zegenen, zoolang de zonde der vaderen daar stond tusschen Hem en zijn volk?

Het was geen wonder, zoo beleden zy, dat het goddelijk strafgericht was gekomen, doch zij wisten niet, hoe het weer zou worden afgewend. Het was een berouw zonder geloof, dat daarom neerdrukt als een last en het opstaan onmogelijk maakt! Een berouw, dat slechts een verleden kent om te beweenen, geen toekomst om te werken! Een berouw, dat enkel doodt, maar niet levend maakt!

Moeilijk was wel daartegenover de taak van onzen profeet. Hoe zou hij zijne medeburgers van dit verlammend schuldgevoel verlossen zonder aan den zedelijken eisch afbreuk te doen ? Hoe hun vergeving prediken zonder den ernst der zonde te verzwakken? Hoe gerechtigheid en genade verzoenen?

Zacharia aarzelt niet te verkondigen: de schuld is weg, ze ligt niet langer tusschen u en uwen God. Waarom? Omdat God zelf ze heeft weggedaan, ze niet meer zien wil. Die moedgevende, levenwekkende gedachte veraanschouwelijkt hij in het visioen van het derde hoofdstuk. De hoogepriester Jozua staat als vertegenwoordiger des volks voor den engel des Heeren. Hij is bekleed met een vuil gewaad en de satan komt om hem aan te klagen, maar deze wordt met scherpe woorden teruggewezen: Jehova schelde u, Jehova, die Jeruzalem verkiest,

Sluiten