Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de altaren, wordt de godsdienst afgeleid en opgesloten tusschen de muren van synagoge en leervertrek, bewaakt door het nauwlettend oog der Schriftgeleerden. Israël wordt geplaatst onder den tuchtmeester.

En dit was noodig. Zonder zulk een omheining, die Israël afzonderde en op zichzelf stelde te midden van de andere volken, liep het gedurig gevaar om te vervloeien in de heidenen en zijn eigen karakter te verliezen. De geschiedenis der beide koninkrijken van Israël en Juda vóór hunne wegvoering, toen het volk bij zijn offeren op de hoogten telkens den dienst van Jehova vermengde met de gruwelen der „heidenen," zelfs met de ontuchtigheden van den dienst van Baal en Asjera (St. Vertaling: (godin van) het bosch, b.v. 1 Kon. 16 : 33, 2 Kon. 17 : 10, 16) geeft daarvan overvloedig bewijs, en hoeveel dreigender werd nog dit gevaar, nu Israël niet meer was dan een nauwelijks noemenswaardig onderdeeltje van het groote Perzische wereldrijk. Hoe zou het, waar het in staatkundig opzicht geheel afhankelijk werd van de vreemden, in de religie zijne zelfstandigheid bewaren en zichzelf blijven? Nu was wel allereerst noodig, dat het zich bewust werd van wat hen onderscheidde van de volken rondom, van de diepe kloof tusschen hunne Godskennis en de godsdiensten hunner naburen. Het Joodsche volkskarakter moest worden gevormd, worden gebeiteld als in marmer, door geen eeuwen meer uit te slijten. En het is zeker een wonderbare omkeer

Sluiten