Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zal: hoe zij nog eenmaal met den alouden haat in het hart optrekken tegen de heilige stad, niet vermoedend, hoe Jehova zelf hen op deze wijze samen vergadert om hen allen gelijkelijk te stralïen voor hetgeen zij zijn volk hebben aangedaan. Zie, zij rukken aan, zij rusten zich toe ten strijde, ploegscharen slaan zij tot zwaarden, sikkelen tot lansen, menigten, menigten van alle kanten: daar zet zich Jehova ten gerichte: den sikkel erin! want de oogst is rijp; komt, treedt, want de perskuip is vol, — zóó wordt de aanslag van Israëls vijanden te schande, op hun eigen hoofd komt het beraamde onheil neer, „maar Jehova is een toevlucht voor zijn volk, een sterkte voor Israëls zonen, en Hij blijft wonen op den Sion." Zoo komt voor het oog van onzen profeet tegenover den donkeren achtergrond van het vreeselijke lot der volkeren het lichtend tafereel van Israëls heil in krachtige trekken naar voren.

Wij kunnen niet zeggen, dat in dit alles iets oorspronkelijks is. Het is als de nagalm der aloude profetie, het is als een kort begrip van wat Joëls voorgangers ook hebben gepredikt. Het is het werk van een man die bij de ouden ter schole is gegaan en hunne geschriften vlijtig heeft bestudeerd en nu, niet zonder schoonheid en kracht van stijl en taal, hun woord voor zijn eigen tijd herhaalt. De „dag des Heeren" heeft van het begin af in het middelpunt

Sluiten