Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

loopen, maar der moeder kost het bloed en tranen: het is toch en het blijft toch haar kind, haar eigen kind, dat zij onder het hart heeft gedragen. Zoo is en zoo blijft toch de heiden, ook de goddelooze Nineviet, deongeloovige, de wereldling, Gods schepsel, Zijn eigen kind.

Waarlijk, hier wordt, gelijk Prof. Gunning zegt, ons te gevoelen gegeven „de onbeschrijfbare diepte der liefde van God. Voor God is het zalig worden van die heidenen, van die tot nog toe afgekeerde menschen, een dergelijke verkwikking, als voor u, o Jona, de boom, die u tegen de brandende zonnehitte beschermde: het is een lafenis voor zijn goddelijk hart, want Gods wil is niet dat er één verloren ga."

„Hoe zoude Ik u overgeven, o Efraïm, u overleveren, o Israël? Hoe zoude Ik u maken als kdama, u stellen als Zeboïm? Mijn hart is in Mij omgekeerd, al Mijn berouw is te zamen ontstoken," — in deze woorden had eenmaal de profeet Hozea te verstaan gegeven, hoe het den Heer aan het hart ging om Israël te kastijden, — de schrijver van Jona gaat nog verder, waar hij eenzelfde ontroering des harten bij God ook jegens de heidenen predikt. Hij geeft daarmee een heerlijk getuigenis tegen den geest, die al meer bij zijn volk insloop.

Het was in de dagen na Ezra en Nehemia. Het was deze mannen gelukt het herstelde Israël, dat uit Babel was teruggekeerd, te doen buigen onder

Sluiten