Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niet om afval van hun God maar juist om hunne trouw aan zijn wet worden vervolgd: „om uwentwil worden wij al den dag gedood, zijn wij geacht als vee voor de slachtbank." Honderden vluchtten naar de woestijn en verborgen zich in de spelonken, en lieten zich, ontdekt, weerloos slachten liever dan b.v. op den sabbat een zwaard te grijpen tot zelfverdediging. Tot eindelijk Mattathias en zijne zonen, de Makkabeën, hun volk opriepen tot tegenweer, opdat zij niet allen wierden uitgeroeid!

Ook in zijn dorp Modin verscheen de Syrische beambte en hij, als een der aanzienlijksten, werd het eerst uitgenoodigd tot het afgodsaltaar te naderen. — hij weigert! Daar treedt een Grieken vriend naar voren, hij wil wel den afgod zijne hulde bewijzen en een voorbeeld geven van gehoorzaamheid aan 's konings bevel. Maar hij heeft het tegen zijn leven gedaan. Het wordt Mattathias te veel: hij rukt een der soldaten het zwaard uit de hand, klieft den afvalligen dorpsgenoot het hoofd, slaat den Syriër bij zijn altaar neer, en vliedt met zijne zonen de woestijn in, have en goed achterlatend, alle getrouwen oproepend hem te volgen.

Dat was het begin van den opstand der Makkabeën, schijnbaar een wanhopig ondernemen en toch straks gekroond met den schoonsten uitslag: Juda nog eenmaal een onafhankelijk koninkrijk! Zelfs reeds betrekkelijk spoedig mocht het Judas den Makkabeër,

Sluiten