Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wij voelen, hier zijn wij in de dagen van den schrijver zelf. dit alles heeft hij zelf beleefd. Wat hij nog niet had beleefd, toen hij zijn boek schreef, het is de herwinning van den tempel en de dood van Antiochus. Want zou hij anders hebben kunnen laten de eerste te vermelden? En de verwachtingen die hij over den laatste koesterde, zijn niet door de uitkomst bevestigd. Volgens vs. 40—45 verwachtte hij, dat Antiochus nog eenmaal een gelukkigen veldtocht tegen Egypte zou ondernemen om ten slotte op de grens van het Heilige land aan de kust der Middellandsche zee plotseling om te komen. Zoo is het nu niet gebeurd. De koning heeft geen inval meer in Egypte gedaan, wel is hij spoedig, in 463, gestorven, doch niet in Palestina maar op een tocht ter plundering van een tempel in het verre Elam. Wij zien dus: tot van het begin van den Makkabeeschen opstand is onze schrijver nauwkeurig ingelicht; wat in de jaren onmiddellijk daarna zou geschieden heeft hij voorspeld, maar die voorspelling is niet in alle deelen uitgekomen, terwijl hij van de geschiedenis van een paar eeuwen vroeger slechts een nevelachtige voorstelling toont te bezitten. Ligt nu niet de gevolgtrekking voor de hand: de schrijver van het boek Daniël heeft geleefd in de dagen waarin hij zoo geheel thuis blijkt te zijn, onder de geloofsvervolging van koning Antiochus Epifanes.

Want men zegge nu niet: God kon een profeet

Sluiten