Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vindt men duidelijk 4211/2 jaar opgegeven tusschen de voornoemde tijdperken en dat er 19 koningen en eene koningin gedurende dien tijd regeerden ; en zoo men zelfs als ééne regeering beschouwt: Ahazijah en Athalija, Jeohaz en Jehojakin, Johachim en Zedekajah, _want hunne regeeringen waren van korten duur, dan blijven er nog 17 koningen of geslachten over, van ruim 24 jaren.

g Van de babylonische ballingschap tot Christus waren zoo wat 600 jaren, want het jaar van Jezus' gebc*orte kan men niet met zekerheid bepalen en dit getal van 600 jaren voor 14 geslachten, gelijk Mattheus het beweert, zou min of meer 43 jaren voor elk geslacht zijn, wat onmogelijk is, daar hij zelf het tweede tijdperk op ten hoogste 30 jaren stelt, en men zeker weet, dat de levensjaren gedurende elk dezer opvolgende tijdperken, korter waren.

Elk onpartijdig en waarheidlievend schriftonderzoeker moet uit de bovenstaande onwederlegbare bewijzen erkennen, dat het geheele register van de afstamming van Jezus, gelijk het door Mattheus is opgemaakt, van het begin tot het einde foutief, gebrekkig en onvolledig is; — dat het samengesteld is zonder de minste overweging van de verantwoordelijke en belangrijke gevolgen van zulk een hoogst gewichtig document, waarop het recht der aanspraken van Jezus op Messiasschap voornamelijk is gegrond.

Mattheus, zonder op het verkeerde zijner voorstellingen acht te slaan, verklaart, dat er drie tijdperken ieder van 14 geslachten, sedert Abraham, tot de geboorte van Jezus waren, en neemt niet in aanmerking, le dat het eerste tijdperk 900 jaren beslaat; 2e dat het tweede slechts 4211/„ jaar, of minder dan de helft van het eerste is; en 3e, dat het derde p. m. 600 jaar, of bijna 200 jaar meer dan het tweede bevat, hetwelk volgens alle wetten der natuur en de onwederlegbare getuigenissen der geschiedenis, nog wel veel minder dan het tweede tijdperk moet zijn.

Na door eene reeks van onvergeeflijke foutieve opsommingen Jezus' afstamming van David aldus te

Sluiten