Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

graf, de dood drijft hen id. 55: 16: „mogen zij levend ten grove dalen; id. 86: 13: „en gij hebt mijne ziel uit het diepste des afgronds bevrijd;" id. 116: 3, „als mij de angsten des afgronds troffen;" id. 139: 8: „legde ik mij in de benedenwereld neder, gij zijt daar," In al deze teksten vindt men het woord Sheol, waarschijnlijk van i1) >»rust, of stilte," wat waarlijk niet naar iets van verdoemenis of eeuwige pijniging zweemt In het Kabbijnsch Hebreeuwsch wordt „de hel" °-ehie

nam" genoemd (Pesachiem fol. 54, 1 en Nedariem 39 -)! dlt woord komt echter in het O. T. niet voor In de nieuwe vertaling van den Engelschen (Christen) bijbel is overal dit woord onvertaald, als „Sheol" overbezet

| 33. II Kon. 8: 25; id. 14:13; I Kron. 3: 11 en 12

^ 34. II kon. 23: 34; id. 24: 6. . § is eene misvatting om het woord vnjsfc

ln '' ^ron' 36: 4^als„ broeders" te vertalen, gelijk blijkt

Ult L u°in' ; 17 Waar vermeld st;iat: „en de koning van Babel maakte in zijne" (Jechonias"), „plaats, Methamjah zijn oom als Koning en veranderde zijn naam in /edekajah." Het woord Tra beteekent tevens „bloedverwanten," zie (Jen. 13: 8; Ez. 11: 15- enz.

§ 36. I Kron. 3: 17—19.

,. "'leeft gezien,' volm. verl. tijd, "N

licht verrijzen, opgaan, Job 22: 28.

§ 38. In den tekst staat: jO „niet,' doch de gewijzigde ezing heeft •- „hem;" groot maken, vergrooten ■ -•;r verheugen; mn deelen, verdeelen.

§• 39 ^D, dragen, overladen, torschen; C~T, een tak roede staf; f"HC, Midian, er staat niet DTT:, Midianim wat de inwoners van het land zou beteekenen.

§ 40 JND wapenrusting aangespen;krijgsgewaad, in „hun" bloed, er staat niet 1-1 „zijnbloed; rollen, omdraaien, bezoedelen- verbranding, brandstapel.

§ 41 •. ?^> gegeven geworden, de volm. verl. tijd; keizerrijk, gouvernement, bestuur; -r Van V" met Sr verbonden, over iets plaatsen, zetten, of leggen, aiD met een naam geven, of een naam noemen; !'ii\

raadplegen (Rech. 19: 30); raad nemen (II Kon. ö: 8,

Sluiten