Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wat zin zou het toch hebben, als ik b.v. vers 4 zoo vertaalde : „Israël heeft zijn eigen krankheden gedragen en heeft zijn eigen smarten op zich geladen." Dat moet dan zijn : aanvaard om te dragen en weg te nemen, want het woord „nasa" vereenigt de begrippen van dragen en wegnemen in zich. Met de zonde als voorwerp beteekent het zeer zeker: de schuld als eigen schuld op zich te nemen en te dragen (datis: erkennen en gevoelen), zooals dat voorkomt in Lev. 5: 1—17, of de straf welke de zonde veroorzaakt heeft, dragen, in den zin van boeten voor de zonden ; zie hierbij Lev. 17, 16 20, 19 en 24, 15. En waar hij die de straf ondergaat, zelf de schuldige niet is, de zonden als tusschenpersoon draagt om te verzoenen Lev. 10: 17, zie oók Ez. 4 : 4-6, zoo krijgt ook het slot van vers 4 (Jes. 53) zin en beteekenis. Blijkbaar is hij die de zonden deed en hij die de straf der zonde draagt niet dezelfde, en wordt in vers 5 en 6 voorgesteld het Israël dat zich bekeert en den Messias erkent en nu zijn belijdenis uitspreekt.

Passen wij vers 9 enz. toe op Israël, dan krijgen wij b.v. dezen zin : „de gemartelde Israëliërs werden zelf na den dood mishandeld en hunne lijken op mesthoopen geworpen, ' zooals gij zelf zegt, of „bij booswichten en goddelooze rijken.' Bovenal vers 10, waar de groote Lijder „verbrijzeld wordt en zijne ziel tot een schuldoffer stelt," en dus sterft. Die gestorvene verlengt de dagen en in de handen van dien gestorvene wordt gelegd de uitvoering van het welbehagen Gods' en 'tgedijt, vers 10. Welke beteekenis hebben deze woorden, toegepast op de martelaren ?

Volgens uwe meening heeft b.v. vers 11 deze beteekenis : De gemartelde en doodgefolterde Israëlieten zullen zien en zich verzadigen in de vruchten van hun marteldood. Door gemarteld te worden voor de misdaden van anderen (?) zullen zij velen rechtvaardigen. Alleen dan als gij 't opvat in den zin van het Evg., dat Christus zich als losprijs (vers 10) geeft, en opgestaan uit den dood, het welbehagen Zijns Vaders uitvoert, schuldigen tot den \ ader brengt, verlost, rechtvaardigt, omdat 11 ij

Sluiten