Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

7—lü), „den Regeerder van hemel en aarde " Men vindt nergens in het O. T., dat de Messias de dubbele hoedanigheid van aardschen Vorst en hemelschen Koning zal bezitten.

Wij zien, dat gij deze hoogst belangrijke ezel-voorspelling van groot gewicht acht, om daarmede Jezus' eisch voor het Messiasschap te staven, doch wij meenen, dat gij daarvan geen gebruik hadt gemaakt, zoo gij het vers, dat Zecharia daarop laat volgen, opgemerkt hadt, want gij zult erkennen, dat Jezus deze voorspelling nimmer vervuld heeft: „en de boog des strijds zal uitgeroeid zijn, en hij zal tot de volken vrede spreken."

Dan. 9: 7: „U, o Heere, is de gerechtigheid en ons de schaamte des gelaats, gelijk op dezen dag.'' § .'<2.

Deze schoone ontboezeming van Daniël is niet anders dan de erkenning van de volmaakte rechtvaardigheid des Heeren, tegenover de geringheid des mensciien. In vers 4 verhaalt ons Daniël, dat hij tot God bad, en in de volgende verzen vindt men, dat hij eene zondebekentenis voor geheel Israël deed, en het is zeer natuurlijk, dat hij daarin Gods rechtvaardigheid afschildert en daarbij de zwakke hoedanigheden van den sterveling vergelijkt. Ook I lavid gebruikt deze uitdrukking Ps. 44: 16: „En schaamte bedekt mijn gelaat." Hier wordt hoegenaamd niets van eeuwige zondigheid gesproken, doch juist het tegenovergestelde, want Daniël zegt uitdrukkelijk : „gelijk op dezen dag, aldus zelfs deze schaamte erkent hij niet als eeuwig.

iJs. 40:7 : Slacht- en spijsoffers verlangt gij niet; ooren hebt gij mij uitgehold, brand- en zondoffer vordert gij niet.'' §33.

In het begin van dezen psalm verhaalt David van zijne geringe afkomst en hoe de Heere door Zijne genade hem opleidde als lofzanger, en daarop laat hij volgen de woorden van het aangehaalde vers, dat God geene slacht-,spijs-,brand- en zondoffers eischt noch verlangt, aldus hoegenaamd geene offeranden van dieren en bijzonder geen enkele soort van zondoffers, doch dat de Schepper ooren in een mensch heeft uitgehold om te gehoorzamen, voor het doel als in vers 8 aangewezen : „Dus zeide ik: Zie, ik kome met de boekrol' (?ED

Sluiten