Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tot vermenging van heerlijkheid in kleur en geur tot de roos — den Koning — in zijn heiligdom gebracht. Hare speelgenooten, de jonge bloempjes, waaronder de maagdelijke leliën in Ophir's goud gedost met hunne goudkleurige meeldraden, komen met haar tot de roos voor gemeenschappelijken omgang. Te zamen worden zij, als een bloemruiker vereenigd, den Koning van het plantenrijk, — de Roos, — in zijn heigdom, de goddelijke Natuur aangeboden. Mogen al uwe spruiten, al uwe rozenknopjes in glans en luister in de plaats uwer vaderen treden." En tot slot zingt de dichter : „Ik zal uw naam van geslacht tot geslacht doen gedenken, opdat de volken u huldigen eeuwig en altoos." Gelijk bijna alle psalmen, eindigt ook deze met een lofzang op God, die hier wordt geprezen als de Ontwerper der Natuur, — de Schepper van de Roos.

En nu zullen wij op den aangehaalde» tekst terugkomen ; — de dichter stelt de roos voor als het zinnebeeld der deugd, gelijk men dit in verzen 5—7 vinden kan, en hare volmaaktheid in waarheid, onschuld en liefde bewijst dat zij de snoodheid haat, en voor deze hemelsche hoedanigheden heeft „God, — uw God en Schepper — u gezalfd met vreuge-olie, boven uws gelijken," heeft God haar uitverkoren als een gezalfde, voor eeuwig voorzien met de olie en den balsem der vreugde, in grootere mate dan alle bloemen van het plantenrijk.

Dit onovertreffelijk loflied op de rozen wordt door den dichter ook „een liefdegezang" genoemd, want het beschrijft tevens de geneugten van het reine huwelijksleven, — en zoude eveneens ongepast zijn om het op Jezus te doen zinspelen. Het is evenzeer „een leerdicht en lofzang op de wonderen der Natuur en om zijne schitterende schoonheid als een juweel der oude dichtkunst, beslaat het eene eervolle plaats in het boek der Psalmen.

Doch gij verlangt, dat men dit lied —geen profetie — als een zinspeling op Jezus' zalving als Messias zal bebeschouwen. Zijne wezenlijke waardeen beteekenis wordt aldus door u niet begrepen.

Ps. 31: 18 en 19. „Want gij begeert geen slachtoffer,

Sluiten