Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

opgemerkt te worden, dat alle zinspelingen op lichaamsdelen der Godheid in het O. T. enkel als figuurlijk kunnen beschouwd worden, daar het zuiver Monotheisme de onlichamelijkheid der Godheid verkondigt, en dat het Mozaisme de volkomen gelijkheid aller menschen voor God erkent ^ 44. Men moet daarom onder deze beeldspraak verstaan, dat de bedoelde persoon ^ voor zijne deugden door God is aangewezen, dat hij Zijne tevredenheid is waardig gekeurd om een eerezetel naast Zijn troon in te nemen, doch hoegenaamd niet met macht is bekleed om in Gods raad deel te nemen, noch den minsten invloed op Hem uitoefent, want dit zoude met Gods alwetendheid en volmaakte rechtvaardigheid in strijd zijn. (Zie $ 95 1ste gedeelte).

Joh. 1 :49 en 50. — Deze verzen behelzen de samenspraak tusschen Jezus en Nathaniel, en wij twijfelen niet aan de waarheid van dit verhaal, waar Nathaniel, Jezus „Koning noemde en Jezus een bevestigend of ontkennend antwoord vermeed, door te zeggen, dat hij hem onder den vijgenboom gezien had „en daarom gelooft gij (namelijk, dat ik de koning van Israël ben), „gij zult grootere dingen zien dan deze." Wat bedoelde Jezus nu met dat woord „deze ? Daarin ligt het geheele verschil; wij beweren, dat Jezus zinspeelde, dat hij hem kende, want „eer hij onder den vijgeboom was," zag hij hem. Aldus vindt men hier niet, dat Jezus zich bepaald als koning van Israël uitgaf. Door deze teksten aan te halen, hebt gij ons gelegenheid gegeven, u te verwijzen naar eene andere voorspelling, in vers 52 door Jezus gedaan, welke nimmer vervuld

is: „Voorwaar, voorwaar, zeg ik ulieden, van nu aan zult gij den hemel zien geopend, en de engelen Gods opklimmende en nederdalende op den zoon des menschen.

§ 45.

Joh. hoofdst. 17. —Wij erkennen met u de schoonheid van Jezus' gebed, daarin vervat, en die als verklaringen van teksten uit het O. T. hoofdzakelijk daarin voorkomen § 46.

Hebr. 1: 8 en 9. — Hierin vindt men twee verzen uit Ps. 45 (verzen 7 en 8), die Paulus op Jezus toepast en welke wij reeds uitvoerig behandeld hebben.

Sluiten