Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hebben, vcrvalsching daarentegen, is hetgeen wij u overtuigend niet de aanhalingen in het X. T. uit het O. T. bewezen hebben, dat geschied is: Je door gedeeltelijke uitlating van enkele woorden en zinsneden; 2e door ongepaste bijvoegingen ; ,'ie door verdraaiing van feiten ; 4e door tegenstrijdige denkbeelden aan den tekst toe te schrijven ; .je door eene geheel en al tegenovergestelde bedoeling te vinden, dan werkelijk te lezen staat. Het is te bejammeren, dat alleen de Israëliet tegen zulke ongeoorloofde handelingen moet opkomen, en dat gij niet alleen deze toelaat, maar daaraan zelfs uwe goedkeuring schenkt.

En u daarop beroepende, gaat gij voort ons met zoete klanken van „letterknechterij ' te beschuldigen en daarmede hebt gij uw eigen vonnis geveld, want aldus erkent gij, dat de waarheid van het X. T. niet aan die van het O. I. kan worden getoetst. Wij misgunnen u niet dat versleten wapen, waarmede gij ons tracht neer te vellen, want door dat wapen tegen ons te bezigen, brengt gij hulde aan onze waarheidsliefde, die geene vcrvalsching van welken aard ook gedoogt. En aan wien past die schimpnaam van „letterknechterij" beter, — aan hem die. daartoe uitgedaagd, de onbetwistbare waarheid, volgens de aangehaalde oorkonden overlegt, — of aan hem, die, deze waarheid onmogelijk kunnende betwisten, zich zoekt te redden door eene valsche beschuldiging van „letterknechterij"? Zoo het wezenlijk uw doel was om de waarheid te kennen, waarom verwerpt gij dan de. ware beteeken is van den oorspronkelijken itekst, terwijl gij u blijft beroepen op de voorspellingen van het O. 1.? Gij zelf moet het onlogische van zulk eene handelwijze erkennen. Gij gaat zelfs verder in uwe bewijsgronden dan wij tegen de vervalscliing van het O. T. hebben te berde gebracht, door te verklaren: „Het is duidelijk dat Lukas aanhaalt naar den Griekschen tekst, daar zijn vriend, de voortreffelijke 1 heophilus geen I lebreeuwsch zal gekend hebben; dan nog blijkt, dat hij die Grieksche vertaling niet voor zich had, maar uit zijn geheugen citeerde, ' en men aldus op zijne aanhalingen niet kan staat maken; en toch beroept gij u op

Sluiten