Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

taald is, en slechts nog eenmaal in het O. T. voorkomt (Spr. 31: 2) en van het Chaldeeuwsch is afgeleid, zoo worden deze woorden ook door Rashi vertaald: „wapent u met zuiverheid, of onschuldhet woord bar, van het wortelw. ~P3 baror, „zuiverheid" enz. vertalende (Jes. i: 25; Ps. 24: 4). Zoo wij deze vertaling hadden gevolgd, dan zoude er hoegenaamd niets in dit vers zijn, dat op „een zoon" kon toegepast worden; doch wij verkozen de algemeen aangenomen vertaling van dezen tekst.

§ 14. "Sn elaj „tot mij' het verbuigend bij w. „Heden heb ik u voortgebracht," "prnT1 van rad. ~n\ „voortbrengen;" volgens Mulder: „Heden heb ik u tot koning aangesteld;" „heden" met het aanw. lidw. - op

dien bepaalden dag, i.e. toen de Heere tot mij sprak, en mij tot Koning voortbracht, of aanstelde; en dus niet op een onbepaalden dag in de verre toekomst.

§ 15. Volgens Gen 14: 8 en Josh 10: 1—3 waarin ook de koning van Jeruzalem als Adoni-zedek voorkomt, kan men opmaken, dat al de oude koningen van Salem, den titel van „Zedek," of „rechtvaardige" bezaten; Salem was de oude naam van Jeruzalem (Josephus, Oudheden der Joden, Boek 7, hoofdst. 3 § 2) en de Targum van Onkelos en Jonathan vertalen daarom, Gen. 14: 18: „de koning van Jeruzalem", evenzoo vele bijbeluitleggers, o.a. Michaelis, Gesenius, Tiele, Tuch, von Bohlen, enz.; het woord kohen „priester" wordt ook voor heidensche priester gebezigd, als in Gen. 41 : 45 ]~2, Kohen On, „de priester van On;" id. 47: 22: D^arori, Hakohanim „de priesters" (van Egypte), Ex. 2: 16 '"O, „de priester van Midian;" Zeph 1: 4 „En ik zal het overblijfsel van Haal van deze plaats afsnijden" Dl' de afgodische priesters met

de priesters" (zon-priesters van verbrandende, of

zwarte). Aangaande de dubbele hoedanigheid van koning en priester in één persoon, zij opgemerkt, dat onder de oude volken deze dubbele betrekking gemeenlijk vereenigd was; dat het geloof van een Opperwezen reeds sedert Abrahams tijd bestond, vindt men in Gen. 14: 19 daar Milchizedek spreekt van „den machtigen God, den

Sluiten