Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

§ 59. Wij hebben dezen tekst volgens Mulder's vertaling, geheel en al gevolgd. Ook David drukt hetzelfde denkbeeld uit in Ps. 9: 9: „Hij (God) richt de aarde met rechtvaardigheid en vonnist de volken met billijkheid." Voor den rechtvaardigen God is er hoegenaamd geen verschil ; de geheele wereld en al de volken worden door Hem met dezelfde rechtvaardigheid en billijkheid gericht.

§ 60. Matth 25: 41 en 46; Luk. 12: 49 en 51 ; Joh. 3: 36; id 8: 21—24; II Thes. 1:9; Judas 1:7; Öpenb. 14: 10—20; id. 20: 10; id. 22: 15; enz. enz.

§ 61. Gedurende het bestaan des tweeden tempels, werd algemeen in het herstel van Davids troon geloofd, zonder dat het denkbeeld van een Messias daaraan verbonden was, daar men liet toen voor de verlossing van Israël als voldoende beschouwde, zoo een koning, den vromen Jesaja of Hizekaja evenarende — die ook een opvolger zou hebben — het land tot zijn vorigen roem zou herstellen. Op het einde van Herodes' regeering veranderden die verwachtingen in eenen algemeenen Messias voor het geheele menschdom. Daar Jezus gedurende den overgang tot dit laatste denkbeeld leefde, meenen wij hierin de oorzaak te zien, dat in het N. T. deze twee verschillende karakters van Vorst en Messias in hem zoo dikwerf verward worden.

§ 62. Vele Rabbijnen, waaronder de groote Hillel, die voor een tijdgenoot van Jezus gehouden wordt, beweren : Israël heeft reeds den Messias (den gezalfde) gesmaakt in Koning Jesaja", doch anderen spreken dit tegen, door te wijzen op de voorspelling inZech. 9:9: Verheug u, o dochter Zions," enz. ,,'en ziet uw koning komt," aangezien de profeet deze woorden uitte na den dood van dien vromen Koning.

§ 63. In § 26, tweede gedeelte, hebben wij het verschil tusschen „zonde" en „misdrijf' aangetoond.

§ 64. Zie aangaande het koninkrijk Gods op aarde, hoe de profeten en zangers in Israël, die eeuwen vóór lezus' geboorte leefden, dit reeds verkondigden: Ex. '15: 18; Num. 23: 21; Deut. 33: 5; Jes. 44: 6; Ob.

Sluiten