Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lijke volmaaktheid, in zijne groote wijsheid, gepaard aan volkomen deugd, zich niet in het minst uitsprekende in zijne schoone levensbeschouwingen. Ziet den mensch! vrij van misdrijf, onschuldig van elk kwaad, de wereld met al hare aanlokkelijkheden versmadende, gereed zijn * leven op te offeren voor de bevordering van de verlossing des menschdoms. Ziet den mensch! kind van God in de betrachting van deugd, waarheid en liefde; waarlijk, o Heere! Gij hebt hem een weinig minder gemaakt dan een goddelijk wezen en hem met eer en heerlijkheid gekroond!" (Ps. 8: 6) § 7.

„Ecce Homo!" Ziet een eerstgeborene uit Gods volk, een Messias van het messiaansche Volk! Ziet den mensch, — want een Messias is een menschenzoon en kan nooit God zelf zijn § 8.

Dat Christenen zulk een mensch niet kennen, is niet te verwonderen, immers zij gelooven, dat de mensch een wezen is, in zonde en ongerechtigheid geboren en niet in staat tot eenig goed, die dus nimmer eenige volmaaktheid kan bereiken.

2. Algemeene Zondigheid.

De eerwaarde Schrijver verwijst ons naar Jer. 13:9 —13 en 22, waarin wij echter niets van algemeene zondigheid vermeld vinden § 10. Met geheele hoofdstuk behelst Jeremia's vermaningen aan Israël en meer bijzonder aan de inwoners van Jeruzalem over hunne goddeloosheid, waarvoor zij door God strafwaardig zijn bevonden, doch hij geeft duidelijk te kennen, dat zij voor verbetering vatbaar zijn en op Gods genade kunnen rekenen (verzen 15 en 16): „Hoort en neigt uw oor, weest niet hoovaardig, want de Heere heeft gesproken : Geeft den Heere uwen God heerlijkheid, eer het geheel duister wordt en eer gij uwe voeten kwetst aan de schemerende bergen, en terwijl gij daar op licht

Sluiten