Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

leid in een zekere richting: vroomheid en hekelzucht en zelfs vreedheid.

Nu ondergingen de zusters alleen de triestigheid van het avendgaan, de eenzaamheid van het onbevolkte gezichtsveld en de grote stilte van de omringende roerloosheid, omdat ze, na hun gebed, een korte wijle gedachteloos waren en de invloed van het omringende hen dadelik overstelpte zoals onkruid woekert op een dood lichaam. En daérom, wijl hun gedachtekracht een ogenblik dood was, was het zo iedere avend in deze stonde. Het verleden kwam terug, altijd het verleden, onopgeroepen, zich zelf opdringend, omdat dat alles zijn oorsprong in het verleden had, en ze schowden de dingen aan door de ruiten heen, de dingen die de maat aangaven voor de voorbij-ijlende tijd en wier zicht ook hielp herinneringen wekken of duistere opklaren.

Zolang was nu dit geleen en zolang dat; die gebeurtenissen vloden zachtjes heen en tussen de struiken en de bomen, half bedolven door de avendnevel, gleden de schimmen, voor een ogenblik gewekt uit dood en vergetelheid, en verzwonden weer even snel, zoals alleen de niet-meer-bestaande dit kunnen. Niet altijd stemde hun zicht tot pieteit

Sluiten