Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kwade herinneringen die omhoog drangden, haar gedachten vaag even beroerden en toch diepe indruk nalieten, zodat haar gezicht betrok. Stiena kon haar zuster haten op zo'n ogenblik, ze was haar een verschrikking. Er was een valsheid in haar toestand die ze zo duidelijk voelde: haar zuster was haar uiterlijk beeld voor de mensen: ze waren twee eendere. Het vreedste was dat dit echt was, want ze hadden altijd dezelfde meningen, dezelfde gedachtegang en manieren. En toch was het niet waar: haar gevoelens en gedachten kwamen eenvoudig niet tot uiting. Haar zuster voelde en dacht voor haar.

Stiena peinsde op die kleine schooister die een zekere avend in de winter was komen huilen aan hun deur. Ze hadden ze ruw weggejaagd en 's morgens was ze tegen de gevel doodgevrozen, neergehurkt. Och vaak werd haar geweten erdoor beroerd, maar steeds wiegde haar zuster haar alsdan met drogredenen in slaap; ze liet zich gezeggen, doch 't kwam telkens weer op, zo plots, zonder ze wist van waar, alsof iemand geheimzinnigs op de deur van haar gemoed beukte.

Ze rilde en ging het petrolvuur aansteken, zette de koffie op te warmen en bleef er

Sluiten